Gevaarlijke tekenziekte in Nederland
   
Aandeel Lyme-teken in Nederland sterk toegenomen  
20 apr 2007
Onderdeel: Wageningen UR
Nummer: P031
Het aantal teken dat besmet is met de Borrelia-bacterie is in 2006 in Nederland sterk toegenomen, zo constateren onderzoekers van Wageningen UR. Beten van besmette teken kunnen bij mensen de ziekte van Lyme veroorzaken. Het percentage teken dat drager is van de bacterie varieert sterk van plaats tot plaats en bedraagt gemiddeld 23,6%, met een uitschieter naar 50%. Teken zijn het hele jaar door aangetroffen, vooral in bossen, maar ook opvallend vaak in tuinen.  Tuiniers en wandelaars lopen daardoor de meeste tekenbeten op. Ter preventie van de ziekte heeft het RIVM nieuw voorlichtingsmateriaal ontwikkeld.

Dit blijkt uit het tussenrapport ‘Teken, tekenbeten en Borrelia infecties in Nederland’ dat op basis van onderzoek door Wageningen Universiteit en Researchcentrum dat vandaag is gepresenteerd. Het onderzoek geeft voor het eerst een landelijk beeld van de verspreiding van teken (de schapenteek (Ixodes ricinus)) en de besmettingsgraad met de bacterie Borrelia burgdorferi, die bij mensen de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Ook geeft het inzicht in waar en wanneer men tekenbeten oploopt. Het tekenonderzoek loopt tot december van dit jaar.

Geïnfecteerde teken
Vrijwilligers van IVN vingen op 25 locaties maandelijks volgens een gestandaardiseerde methode teken. Van 9 locaties zijn de teken inmiddels in het laboratorium in Wageningen onderzocht op de aanwezigheid van de Borrelia-bacterie. Van de onderzochte teken blijkt gemiddeld 23,6%, met variaties van 0 tot 50%, geïnfecteerd te zijn. Dit is aanzienlijk hoger dan het Europese gemiddelde van 10,1% en de 7,5% uit een eerdere studie in Nederland. De oorzaak van het nu geconstateerde hoge percentage in Nederland is onduidelijk.

Bos en tuin
Bezoekers van www.natuurkalender.nl registreerden in 2006 1861 tekenbeten uit het hele land. Zij liepen die vooral op in het bos (41%), de eigen tuin (34%) en in de duinen (9%). De activiteit waarbij men een tekenbeet opliep blijkt vooral wandelen (32%) en tuinieren (25%) te zijn. Tekenbeten treffen alle mensen van alle leeftijden, hoewel er grote verschillen tussen leeftijdgroepen zijn. Veel gerapporteerde tekenbeten blijken te zijn opgelopen in de gemeenten Schouwen-Duiveland, Apeldoorn, Ede en Amsterdam.

Preventie
Indien teken binnen 24 uur van de huid worden verwijderd is de kans klein dat ze de Borrelia-bacterie overbrengen. Indien tijdig onderkend, kan de ziekte van Lyme onder medische begeleiding behandeld worden met een antibioticum. Maar het beste is een tekenbeet te voorkomen.

Dit onderzoek geeft een basis voor de ontwikkeling van preventieve maatregelen. Het toont echter aan dat er nog onvoldoende kennis voorhanden is van de oorzaken van de variatie in het aantal tekenbeten en besmettingspercentages en de invloed van menselijk gedrag op het risico op tekenbeten.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft nieuw voorlichtingsmateriaal ontwikkeld over teken, de ziekte van Lyme, en hoe mensen kunnen voorkomen dat ze besmet raken. De informatie is te vinden op www.rivm.nl. Het materiaal is verkrijgbaar via instanties als GGD en Postbus 51.


Noot voor de redactie
Nadere informatie bij dr. Willem Takken (Leerstoelgroep Entomologie Wageningen Universiteit), tel. 0317 482385 / 06 10534463, willem.takken@wur.nl (Onderzoek algemeen),of bij Arnold van Vliet (Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse, Wageningen Universiteit), tel. 0317 485091 / 06 28954021, arnold.vanvliet@wur.nl,of bij Jac Niessen, wetenschapsvoorlichter Wageningen UR, tel. 0317 485003, jac.niessen@wur.nl.Het rapport en andere informatie is te vinden in het Dossier Teken in Nederland, http://www.wur.nl/NL/nieuwsagenda/dossiers/Teken_in_Nederland.htm en op www.natuurkalender.nl. Zie ook dossier ziekte van Lyme op www.rivm.nl.
   
   

DODELIJKE TEEK VERSPREIDT ZICH OVER HET LAND

door Lieke Jongbloed

UTRECHT, maandag 12 juni 2006

 
 

De dermacentor teek, die de voor honden dodelijke ziekte babesiose overbrengt, blijkt zich permanent en wijdverbreid in ons land te hebben gevestigd. Bovendien draagt de ’hondenkillerteek’ ook voor mensen een schadelijke bacterie bij zich.
Dit zijn de eerste conclusies van een onderzoek van een team van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht onder leiding van prof.dr. F. Jongejan, hoogleraar tropische dierziekten.
Jongejan is het onderzoek, met financiële steun van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, begonnen nadat maar liefst vier honden in Den Haag en Arnhem dood gingen nadat ze door de dermacentor teek waren gebeten. Ook werden enkele tientallen honden door heel het land ernstig ziek. Zij konden op het nippertje van een tragische dood worden gered omdat er adequaat werd ingegrepen.
„De dierenartsen zijn door ons op de hoogte van de aanwezigheid van deze van oorsprong tropische teek in ons land. Daarom kunnen zieke honden nu bij de eerste verschijnselen worden behandeld en hoeft het voor honden of vee niet altijd dodelijk te zijn”, legt Jongejan uit.
Honden die van de teek babesiose hebben gekregen worden lusteloos, kunnen bloed plassen en krijgen hoge koorts.

 

tekstDe hoogleraar heeft bij alle dierenartsen in ons lang het verzoek neergelegd om verwijderde teken naar hem op te sturen.
       „We hebben er inmiddels vierduizend binnen uit heel het land. Daar zitten uiteraard de gewone ixodes ricinusteken bij die al in Nederland voorkwam. Maar naast de dermacentor vinden we nog meer tropische soorten. Deze onderzoeken we allemaal op de aanwezigheid van parasieten en bacteriën om te kijken in hoeverre ze schadelijk zijn voor mens en dier.”

 

 

Bron: De Telegraaf

   
Utrecht, januari 2006
Faculteit der Diergeneeskunde
,
 
   

In november 2005 is door een team onder leiding van Professor Jongejan op de grens van West Brabant en Zeeland een groot aantal Dermacentor reticulans teken ontdekt. De teken zitten zowel op de vegetatie als op rundvee, pony's en paarden die gehouden worden in verschillende natuurgebieden.

Sinds mei 2005 is de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, gesubsidieerd door de Groep Geneeskunde Gezelschapsdieren van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, de Nederlandse tekenpopulatie in kaart aan het brengen. Aanleiding voor het project zijn 23 gevallen van autochtone babesiose, waarvan vier fataal, bij honden in Den Haag, Arnhem in 2004. Deze gevallen waren geassocieerd met de vector-teek Dermacentor reticulatus.

Dierenartsenpraktijken door het hele land hebben tot op heden al meer dan 2000 teken van honden verwijderd en opgestuurd voor determinatie. Naast vooral Ixodes ricinus blijkt ook Ixodes hexagonus, Ixodes canisuga en Rhipicephalus sanguineus voor te komen. Begin november werd een aantal Dermacentor teken gevonden op honden die kort daarvoor in Zeeland waren geweest.

Met de hulp van dierenarts Jansen van dierenkliniek Steenbergen zijn in een verwilderd weiland in Sint Philipsland en in verschillende natuurgebieden in het westen van Brabant honderden volwassen Dermacentor reticulatus teken verzameld. Hiermee is bewezen dat de teek zich permanent in Nederland heeft gevestigd en rijst de vraag of de teek ook elderds in het land aanwezig is.

   
Utrecht, 7 april 2004
Faculteit der Diergeneeskunde
,
 
   
AUTOCHTONE BABESIOSE BIJ DE HOND IN NEDERLAND?
In maart en begin april 2004 zijn drie fatale gevallen van een door teken overgedragen ziekte namelijk "babesiose" bij honden, zonder eerder verblijf in het buitenland, vastgesteld in de regio's
Den Haag en Arnhem, waar de infectie inmiddels ook bij tenminste zeven andere honden met verschijnselen is vastgesteld. Voorlopige analyse wijst op Babesia canis, een protozoaire bloedparasiet die wordt overgedragen door Dermacentor teken, die niet in Nederland voorkomen.
   

Dermacentor teken zijn drie-gastherige teken die zowel in warme als in gematigde streken voorkomen, maar in Europa reikt het verspreidingsgebied tot in Zuid-Engeland, Zuid-België en Midden-Duitsland. Dermacentor teken zijn al wel eerder gevonden op honden van teruggekeerde vakantiegangers en ze zijn vermoedelijk daarmee samenhangend incidenteel aangetroffen op honden die niet in het buitenland waren geweest. Naast de vele importgevallen zijn in Nederland tot dusver slechts sporadisch autochtone gevallen van babesiose beschreven (twee honden in Koog aan de Zaan en bij drie honden op de Veluwe in de tachtiger jaren). De teken zijn destijds vermoedelijk door andere honden meegebracht, hier afgevallen, en ze hebben de infectie waarschijnlijk na vervelling overgedragen zonder zich hier permanent te vestigen.

Nader onderzoek zal uitwijzen of Dermacentor teken zich inmiddels toch in Nederland hebben gevestigd.

   
 
   
Babesia canis ontwikkelt zich uitsluitend in de rode bloedcellen van de hond. De incubatietijd varieert van één tot twee weken. In het acute stadium worden de volgende verschijnselen waargenomen: lusteloosheid, gebrek aan eetlust, hoge koorts, versnelde pols en ademhaling. Zonder behandeling kan geelzucht, vergroting van de milt en vergrootte lymfeklieren ontstaan en in ernstige gevallen nierfalen en shock. In de acute fase kan de diagnose worden gesteld aan de hand van een bloeduitstrijkje, in meer chronische gevallen bieden andere bloedtesten houvast.

Zonder behandeling kan een aanzienlijk percentage van de voor het eerst geïnfecteerde honden aan babesiose sterven; overlevende honden blijven de infectie dragen.

Als de parasiet in een bloeduitstrijkje wordt aangetoond dient direct een behandeling met imidocarb dipropionaat (Carbesia®) te worden ingezet.

Dr. D.J. Houwers, hoofd VMDC, HA I&I
Dr. E. Teske, haematoloog/oncoloog, HA Gezelschapsdieren
Prof.dr. F.Jongejan, tekendeskundige, HA I&I

   
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Utrecht, 16 april 2004
Faculteit der Diergeneeskunde
,
 
   

Er is sinds het verzenden/plaatsen van bovengenoemd bericht geen grote toename gezien in het aanbod van materialen voor diagnostiek, hetgeen doet vermoeden dat het aantal honden met babesiose-verdenking in de afgelopen dagen niet ernstig is toegenomen. Dit zou erop kunnen wijzen dat er sprake is van twee beperkte gebieden waar de vector "Dermacentor" zich momenteel ophoudt. Door het relatief slechte weer van de afgelopen tijd heeft het zoeken naar de teek in de verdachte uitlaatgebieden nog niets opgeleverd. Wel zijn er inmiddels bij twee babesiose-patienten enkele Dermacentor teken gevonden waarmee de aanwezigheid van de vector in ieder geval is aangetoond.

Het publiek stelt uiteraard vragen over de preventie van babesiose. Het beste advies hieromtrent is zonder twijfel om tekenpreventie toe te passen. Hiertoe zijn verschillende middelen geregistreerd. Het is belangrijk dat de eigenaar zich realiseert dat geen van die middelen volledige zekerheid biedt. Dus is het daarnaast van belang om te adviseren honden die met name op braakliggende terreinen, verruigde graslanden of in natuurgebieden worden uitgelaten dagelijks op de aanwezigheid van teken te controleren (aftasten). Dit laatste was natuurlijk al zinvol met het oog op de inheemse teek, Ixodes ricinus.

Er is ons inziens gelet op de waarschijnlijk -nog- beperkte verspreiding van de Babesia canis overbrengende teek geen reden om preventieve enting te adviseren. Voor een dergelijk advies zal eerst duidelijk moeten worden of Dermacentor zich definitief in ons land heeft gevestigd en de recente bevindingen geen incidenten zijn geweest.
Dezelfde overwegingen gelden ten aanzien van preventieve behandeling met
Carbesia ®.

Dr. D.J. Houwers, hoofd VMDC, HA I&I
Dr. E. Teske, haematoloog/oncoloog, HA Gezelschapsdieren
Prof.dr. F.Jongejan, tekendeskundige, HA I&I